Uw GW-man live in Sardinië. Of er iets (grens)wetenschappelijks te beleven is? Reken maar! De komende twee weken ga ik op ontdekkingstocht in het prehistorisch verleden van dit eiland. Ik ga onder andere op zoek naar nuraghi, necropolissen, Tomba dei Giganti én als kers op de Italiaanse torta: een piramide.

Oudheid: Feniciërs, Carthagers, Romeinen en... de sardonische lach.

Oliena

Feniciërs, Carthagers, Romeinen

Omstreeks 1.100 voor Christus landden de eerste Feniciërs, afkomstig van de oostelijke oever van de Middellandse Zee, op de kusten van Sardinië. Dit blijkt uit de bronzen beelden van de Fenicische goden, gevonden in nuraghische opgravingen. Deze zeevaarders waren vooral op zoek naar grondstoffen, hoofdzakelijk metalen. In de negende en achtste eeuw voor Christus, toen ook Carthago als Fenicische kolonie gesticht werd op de Afrikaanse kust, bij het tegenwoordige Tunis, stichtten de Feniciërs de stadskolonies bij de havens: Karali (Cagliari), Nora, Bithia (bij Pula), Sulki (Sant'Antioco), Tharros (aan de westkust) en misschien Bosa.

Uit de vondsten blijkt de kunstzin en hun handels- en zeevaarttraditie. In amper een eeuw tijd hadden de kolonisten, behalve grote delen van het vruchtbare binnenland, ook de mijngebieden veroverd en deze verdedigd door de bouw van een serie forten. Op het plateau van Monte Sirai bij Carbonia in zuidwest Sardinië werd een garnizoensstad blootgelegd.

Monte Sirai

Of er ook Grieken op Sardinië geweest zijn, zoals wel over een nederzetting bij Olbia wordt beweerd, is niet bewezen. In de zesde eeuw voor Christus kwamen de nuraghe-stammen in verzet. Carthago stuurde in 540 voor Christus een leger dat echter na zware gevechten werd verslagen. Na de aankomst van nieuwe versterkingen kreeg Carthago vrijwel geheel Sardinië in zijn macht. De Nuraghe-cultuur was ingestort, de Sardezen hadden nog slechts de keus om als slaven te werken voor hun heersers, of als arme - maar vrije - herders naar het dorre binnenland te vluchten. Vanaf dat moment werd de geschiedenis van Sardinië door een ononderbroken reeks van onderwerpingen aan vreemde machten toegetakeld, tot in deze tijden toe.

De Romeinen begonnen de Carthagers te bestrijden in de Eerste Punische oorlog (264-241 voor Christus). Toen in 238 voor Christus een muiterij was uitgebroken onder de Carthaagse huursoldaten op Sardinië, aarzelden de Romeinen niet om aan te vallen. Zo konden zij heel Sardinië veroveren zonder veel weerstand te ontmoeten. Na afloop van de voor de Romeinen succesvolle Tweede Punische oorlog (218-201 voor Christus) bleef er guerrilla op het eiland bestaan.

In 54 voor Christus constateerde Marcus Tillius Cicero dat er in geen enkele stad op Sardinië sympathie voor Rome bestond. Tijdens Imperator Caesar Augustus (27 voor tot 14 na Christus) kwam er meer welvaart, maar heerste er ook meer malaria. De eerste door de Romeinen gestichte kolonie was Turris Libisonis. Sardinië bleef een onderontwikkeld deel van het Romeinse rijk en een ballingsoord voor uit de gratie geraakte officieren. En spoedig na de opkomst van het christendom in de vierde eeuw werd het eiland gekerstend.

Turris Libisonis
(Karrensporen in Turris Libisosis? Toch wéér niet?)

De sardonische lach

Nu we het belangrijkste gedeelte van de geschiedenis van Sardinië achter onze kiezen hebben is het tijd voor het serieuze veldwerk. Vanaf nu neem ik u door middel van tekst en beeld mee naar de belangrijkste prehistorische sites van het eiland. Ik hoop u te kunnen laten zien waar alle andere gerelateerde (buitenlandse) sites enkel over schrijven. Maar voor ik daar grondig studie- en speurwerk van maak wil ik nog een oud wetenschappelijk mysterie ontsluieren: de sardonische lach.

Wetenschappers in Sardinië denken immers dat ze de wortels van de gedwongen, bittere, sardonische lach gevonden hebben bij een veel voorkomende plant op het eiland Sardinië.Sardonische lach De Griekse dichter Homerus gebruikte als eerste de uitdrukking, een bewerking van het vroegere woord voor een inwoner van Sardinië, om een uitdagende glimlach of een lach op het gezicht van een overledene te beschrijven.

Homerus was er in de achtste eeuw voor Christus van overtuigd dat hij de sardonische lach aan Sardinië moest linken. Volgens hem lieten de Punische volkeren op Sardinië ter dood veroordeelden - net voor het uitvoeren van het vonnis - een aftreksel van de plant drinken zodat er een glimlach op het gezicht verscheen. Een lach die de veroordeelde meenam tot in het graf.

Het aftreksel van de plant zou ook nog gebruikt zijn bij rituele moorden en zelfs oudere mensen die niet meer voor zichzelf konden zorgen kregen van hetzelfde laken een broek. Men zou het in dit laatste geval als een soort van prehistorische euthanasie kunnen beschouwen. Na intoxicatie met het kruid werden de veroordeelden of andere slachtoffers van een hoge rots gegooid of - bij gebrek eraan - gewoon doodgeknuppeld.

De associatie van de sardonische lach met Sardinië is een betwiste zaak, maar botanisten bij de universiteit van Cagliari zeggen dat ze de zaak voor elkaar hebben en dat de plant in kwestie zelfs heilzame eigenschappen kan hebben. Het bewuste pijptorkruid (Oenanthe fistulosa) is over heel Sardinië aan de oevers van rivieren te vinden, waar het bekend staat als 'waterselderie'. Daarmee zou het doek voor het eeuwenlange mysterie over de identiteit van het kruid gevallen zijn.

Pijptorkruid

Mauro Ballero, hoofd van de afdeling plantkunde bij de universiteit van Cagliari, zegt dat hun vaststelling de mening van culturele antropologen met betrekking tot de doodsrituelen van de oude inwoners van Sardinië ondersteunt. De Punische volkeren waren er namelijk van overtuigd dat de dood de doorstart van een nieuw leven was. Een nieuw leven dat met een glimlach begroet moest worden.

Er zijn zo van die wereldbekende mensen die, of ze nu bloednuchter, stomdronken of in een tussenliggende fase 'acte de presence' geven - nee, we gaan geen namen noemen -, wel een patent op de sardonische lach lijken te hebben.

Het onderzoek van Ballero en zijn team, dat verschenen is in het US Journal of Natural Products, laat weten dat een giftige substantie van het pijptorkruid ervoor zorgt dat de gezichtsspieren samentrekken en een grimas, grijns of een wijd opengetrokken mond veroorzaken. Ballero zegt dat het onderzoek ook een minder morbide toepassing opgeleverd heeft. De substantie van het kruid zou immers toegepast kunnen worden bij mensen waarvan gedeelten van het gezicht verlamd zijn. De farmaceutische industrie zou de giftige substantie van het pijptorkruid kunnen bewerken om het tegenovergestelde effect te veroorzaken.

Zo zijn wetenschappers er voorzichtig van overtuigd dat de plant gebruikt kan worden om een botox-effect te creëren, om het aantal rimpels bij het lachen te verminderen. Daarbij denken ze het kruid aan voeding toe te voegen of het toe te passen in een lotion. Appendino, een chemicus bij de Università degli Studi del Piemonte Orientale in Italië, ziet een toepassing van het kruid in de cosmetica: "het ontspant de spieren, dus verwijdert het rimpels."

En nu... op ontdekkingstocht!

sun: Dankjewel voor je interessante verhaal!!
Op 30-06-2009 21:02:54 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Mehdi: ,.. Have fun, en leer ons bij,..
,. Waar een wil is ben ik weg,..!
Op 30-06-2009 22:40:38 | Kudos: 0 Bericht positief waarderen
 Directe link naar reactie Meld ongepaste reactie
Sitemap - © 2014Grenswetenschap.nl - Reageervoorwaarden